Balans zoeken


_Ashley





Twee leerlingen (N en A) doen niet graag mee aan mijn lessen: “waarom moeten we dit doen?, wat heb ik hieraan?, waarom mogen we niet ….?”. Ook deze les is het weer raak. N zegt: ik wil rekenen Nederlands of Engels leren! Waarom moeten we dit doen? Ik vind dit niet leuk!”. A volgt N altijd overal en sluit zich volledig aan bij deze stellingname.

Tja, wat zeg je dan tegen een leerling die geen zin heeft om de zoveelste tekenopdracht te doen. Geef ze eens ongelijk. Wie ben ik om te bepalen dat dit is wat iemand nodig heeft. Ik voel mij onzeker op dat moment en ik weet niet goed om te reageren. Mijn eerste reactie is eigenlijk ze aan te moedigen het gewoon te doen.

‘Omdat ik het zeg’.

Maar dat voelt niet goed, dat is te makkelijk. Ik weet dat ze iets anders nodig hebben. Mijn hoofd blokkeert en de twijfel overheerst: Doe ik het wel goed genoeg? Waarom vinden ze mijn les niet leuk terwijl ik het zo zorgvuldig heb uitgedacht?

Ik probeer vervolgens snel een vorm van differentiatie te vinden waardoor ze de opdracht wel leuk gaan vinden. Maar dan herpak ik mijzelf. Het heeft niet zoveel zin om een nieuwe goocheltruc uit de hoge hoed te toveren. Deze leerlingen liggen elke les dwars en beginnen bij elke opdracht (ongeacht zijn aard) te steigeren. Ik pak er een kruk bij en probeer met ze te 
praten. Ik vraag ze over wat ze niet leuk vinden aan de opdracht en of er iets is wat ze wel graag zouden willen doen. Er komt niet veel uit. Ze vinden het lastig om te reageren op mijn vragen. Ik vertel ze waarom ik denk dat kunstlessen goed zijn voor iemand en ik het goed zou vinden als ze het toch zouden proberen om de opdracht te doen. Ik complimenteer ze met hun interesse in taal en rekenen. 
Ik betwijfel of alles wat ik heb gezegd bij ze is binnengekomen. Ze zitten mijn praatje met ze gedwee uit en zoeken naar een houding. Maar na afloop zijn ze een stuk rustiger en gaan zowaar toch verder aan de opdracht. Aan het eind van de les krijg ik van zowel N als A een werkje ingeleverd.

Nog steeds weet ik geen duurzame aanpak voor N en A. Ik vermoed sterk dat ze reageren op de momenten van twijfel die ik vaak voel tijdens de les. Vaak schiet hun gedrag dan naar opstandig. Die twijfelmomenten bij mijzelf wegnemen gaat helaas ook niet over 1 nacht ijs en op hun steevaste overtuiging dat kunstles onzinnig is lijk ik geen invloed te hebben. Dus daarin zoek ik nog continue met hun naar de balans. Ze kunnen enorme stoorzenders zijn, maar bij groepsgesprekken zijn zij wel vaak degenen die iets willen vertellen. Ik geniet van hun energie en ik prijs positief gedrag. Hopelijk overheerst het gevoel dat ze goed zijn zoals zijn en dat ze er mogen zijn.